Bio ondernemer: Hoeve de Lakenvelder

“Een fraai stukje Hollandse geschiedenis”

Wie een Lakenvelder in de wei ziet grazen, ziet een fraai stukje Hollandse geschiedenis. De Lakenvelder is al een eeuwenoud koeienras, duidelijk herkenbaar aan hun effen rode of zwarte kleur met een witte band (laken) om hun buik. In Nederland zijn er nog maar 3000 Lakenvelders en daarmee behoort dit soort tot de zeldzame huisdieren. Nel en Huub Vermeer uit Gilze beheren een kudde van deze prachtige koeien.

Mooi in het landschap
Nel en Huub runnen samen een projectontwikkelbedrijf en houden daarnaast een aantal Lakenvelders. Voor hen zijn de koeien dus een nevenactiviteit, maar ze zijn er met veel liefde en plezier mee bezig. Nel: “Mijn man is een boerenzoon die zijn hart heeft verpand aan koeien. Daarom hebben wij altijd wel een paar koeien gehad. Maar sinds we verhuisd zijn naar Gilze hebben we voor het eerst de ruimte om bedrijfsmatig koeien te houden. We hebben voor Lakenvelders gekozen omdat het hele mooie koeien zijn. Dat vonden mensen vroeger ook al. Sommige adelijke families hadden op hun landgoed een paar Lakenvelders als huisdier, vandaar de bijnaam kasteel- of parkrund.”

Vlees
Lakenvelders zijn hele zelfstandige beesten die je in de wei gerust hun eigen gang kunt laten gaan. “Lakenvelders kunnen zelf hun kalfjes baren.” vertelt Nel. “Dat lijkt normaal, maar andere soorten vleeskoeien zoals dikbil-koeien zijn zo ver doorgefokt, dat de kalfjes bijna altijd met een keizersnee geboren moeten worden. Simpelweg omdat het op de natuurlijke manier niet meer past. Een Lakenvelder is eigenlijk ook helemaal geen economische koe. In verhouding met andere vleesrassen, hebben Lakenvelders maar weinig kilo’s. Dit heeft er mede voor gezorgd dat het nog een heel authentiek ras is. Er is maar weinig mee gerommeld, omdat er vanuit de vleesindustrie  nooit interesse is geweest in deze dieren. Tegenwoordig worden ze nog steeds vooral hobbymatig gehouden. En dat terwijl het vlees ontzettend lekker is!”

Familiekudde
De lakenvelders worden in familiekudes bij elkaar gehouden. Nel: “Al onze koeien krijgen namen. Alle kalfjes hebben dezelfde beginletter als de naam van hun moeder. Met mooi weer zijn ze lekker buiten. De koeien staan dan hier bij ons in de wei of op een stuk grond wat wij voor staatsbosbeheer onderhouden. Hier maaien wij ook het gras dat we in de winter aan de koeien voeren als ze op stal staan. Zelf hebben we twee weilanden. De een ligt naast ons woonhuis, en de aan de overkant van de weg naast ons vakantiehuis. Dit is een oude boerderij die we hebben opgeknapt en nu verhuren. De mensen die hier verblijven, hebben een prachtig uitzicht op de grazende Lakenvelders.”

Biologisch
Nel en Huub waren niet meteen biologisch, maar die omschakeling was snel gemaakt. Nel: “We gebruikten al weinig mest en de koeien werden al grasgevoerd. Daarom vonden we het heel jammer dat onze dieren in het gangbare vleescircuit belandden. Bovendien zien we dat steeds meer mensen biologisch waarderen. Toen zijn we opzoek gegaan naar een manier om onze dieren zelf te verwerken en verkopen. Nu worden onze koeien door Slagerij van Ginhoven verwerkt, en verkopen we het vlees zelf in pakketten aan huis. Toen we net begonnen met vleesverkoop hebben we een paar keer een advertentie gezet. Inmiddels gaat het vanzelf en verspreid het zich mond-tot-mond. Mensen zijn er gewoon heel enthousiast over. Zeker omdat ze kunnen zien dat de dieren het hier goed hebben.”

Bekijk hier de website.

Lakenvelder.jpg